Het is onze fout dat Trumpkiezers fake nieuws geloven

Op 8 november 2016 stond de wereld even stil toen Donald Trump verkozen werd als 45ste president van de Verenigde Staten. Niemand had verwacht dat hij zou winnen. Alle peilingen duidden op een grote overwinning van Hillary Clinton en toch waren ze allemaal mis. Alle grootschalige media schaarden zich achter de vrouwelijke presidentskandidate. Trump pakte zijn campagne anders aan. Hij richtte zich tot de bevolking in de Verenigde Staten die het moeilijker hebben dan anderen, minoriteiten zoals arbeiders, mijnwerkers, en zelfs migranten stemden massaal op hem, terwijl hij beloofde een muur te bouwen tussen de grens van de VS en Mexico. Hij sprak tot de minder bedeelden, mensen die zich verdreven voelden in de maatschappij waar geen aandacht aan geschonken werd, mensen die wisten dat hun keuze als ‘fout’ beschouwd zou worden. Daarom waren alle peilingen fout. Eenmaal in het stemhokje lieten ze hun hart spreken en koos de meerderheid van de bevolking in de VS voor Trump. Trump zag de kracht van sociale media in. Terwijl de traditionele nieuwsgroepen hem zwart maakten, gebruikte hij zijn Twitter account en andere sociale media om zijn stem te verspreiden. Als gevolg daarvan kwam ook het fenomeen fake nieuws ter sprake. Velen geloven dat fake nieuws ervoor gezorgd heeft dat Trump de overwinning haalde. Hoewel hij daarom het presidentschap niet gewonnen heeft, heeft fake nieuws zeer zeker een impact gehad op de verkiezingen.

Tijdens de laatste les nieuwe media kwamen we met de klas samen om een debat te voeren over fake nieuws. Geen gemakkelijke taak aangezien we met zoveel zijn en ieder heeft een andere kijk op de zaken. In deze blog kaart ik enkele stellingen aan over het fenomeen waarover fel gedabeteerd werden, te beginnen met ‘Fake nieuws is van alle tijden.’

Fake nieuws is spijtig genoeg geen nieuw fenomeen. In de jaren 60 verspreidde de FBI valse nieuwsberichten over Martin Luther King. In 1987 kwamen 96 voetbalfans om in het Hillsborough voetbalstadium in Sheffield. Zij werden letterlijk in overgrote getallen in hokjes geduwd waardoor enkele stierven omdat ze plat gestampt werden. De politie gaf foute informatie door aan journalisten waardoor zij de schuld legden bij dronken fans. In 2003 was er algemene paniek toen Saddam Hoessein zogezegd over massavernietigingswapens beschikte en zelfs misschien kernbommen. (New York Times)

Net nu, na de overwinning van Trump, bestaat er zo’n grote animo over het fake nieuws. De oorzaak voor het grote rumoer is simpel, sociale media. Zij veranderen fake nieuws niet, zij veranderen wel onze perceptie erop. Alles wordt uitvergroot door de sociale media. Daardoor komen problemen aan het licht binnen de journalistiek, maar ook hoe landen geregeerd worden (New York Times). Vroeger kenden enkel de happy few de waarheid, nu kan alles verspreid worden door een tekstje van 140 karakters te schrijven en vervolgens op de send-knop te drukken. Aanvankelijk werd het potentieel van het medium ingezien om goede doeleinden te verkrijgen. Helaas denkt niet iedereen op die manier. Er zijn teveel websites die fake nieuws gaan verspreiden via het internet en sociale media zijn daarvoor het ideale hulpmiddel. Enerzijds zijn er fake nieuwswebsites met daarop advertenties. Hun enige doel is om zoveel mogelijk volk naar hun website te lokken met valse, sensationele titels zodat ze zoveel mogelijk geld verdienen. Anderzijds heb je activisten die fake nieuws, foto’s of video’s gaan verspreiden om iemand zwart te maken, aldus Sened Dhab, hoofd van het social team bij het Franse bedrijf Darewin. (Davies, J.)

Vorig jaar werd de ‘tranen-van-het-lachen’ emoji uitverkozen tot woord van het jaar door Oxford Dictionaries. Dit jaar was het woord van het jaar ‘post-truth’. De uitdrukking wijst op een manier van berichtgeven waarin correct weergeven van feiten minder belangrijk wordt dan emoties oproepen en beroep te doen op persoonlijke overtuigingen van de lezer (Deckmyn, D.). Het is een mooie uitdrukking om aan te duiden dat de waarheid voorbijgestreefd is. Mensen zijn meer geïnteresseerd in een mooi verhaal dat mooi verpakt is, dan een correct, saai bericht dat wel alle duidelijke feiten meegeeft. Volgens filosoof Ruben Mersch is die emotionele berichtgeving altijd al aanwezig geweest in onze maatschappij. “We denken graag dat wij onze standpunten baseren op een objectieve analyse van de werkelijkheid, maar dat is nooit zo geweest.” De kiezers gaven hun stem aan politieke partijen nooit voor hun harde feiten, volgens Mersch, er is altijd al die emotionele, overtuigende ondertoon geweest. Daarnaast leeft iedereen in zijn eigen ‘filterbubbel’ en leest iedereen wat hij wil lezen. Op Facebook deden veel valse verhalen de ronde over Hillary Clinton. Door wat extra opzoekingswerk te doen, kon je al gauw vinden dat die berichten vals waren. Dat deden de lezers echter niet, want ze wilden het geloven. Mersch wil dan ook de Trumpsupporters de waarheid geven, maar dat kan maar op een manier, door te luisteren naar hun mening en hen te tonen dat het ook anders kan.

“Als je fake nieuws gelooft, dan is dat je eigen schuld”, was een tweede statement waarover fel gediscussieerd werd tijdens het debat in de klas. Dit klopt absoluut niet. Tegenwoordig worden valse nieuwsberichten zo professioneel opgesteld dat zelfs de meest rationele lezers ze kunnen gaan geloven. Zeker als die berichten dan nog eens worden opgepikt door betrouwbare media of bekende personen waar mensen naar opkijken zoals acteurs, zangers of politici. Het probleem ligt hem niet zozeer bij de opleiding volgens mij. Sommigen dachten dat dat wel een probleem was en dat laaggeschoolden minder onderscheid maken tussen echt en vals nieuws. Laaggeschoolden zullen vaker fake nieuws gaan geloven, maar dat komt niet door hun opleiding. Er wordt gewoon te weinig geluisterd naar wat zij denken. Zoveel mensen kijken met een zwart-wit kijk op het leven, je bent juist of je bent het niet, maar iets daartussenin dat kan niet. “Als je voor Trump kiest, ben je een racist” klonk het meermaals tijdens en zelfs na de verkiezingen. Er zijn echter zoveel mensen die voor andere redenen op Trump gestemd hebben.

The LA Times heeft een zeventigtal mensen ondervraagd waarom zij voor Trump gekozen hebben. Dat waren niet alleen republikeinen, maar ook democraten of onafhankelijke kiezers. De meeste kozen niet voor Trump omdat hij racistisch is of de moslimgemeenschap uit het land wil zetten. Neen, zij kozen voor hem omdat Trump verandering kan brengen in het klassieke politieke systeem dat niet meer naar een grote minderheid luistert (LA Times). Donald Trump is eigenlijk een verwezenlijking geworden van een lied van Rage Against The Machine. Hij werd “The voice of the voiceless.” Dat is de reden waarom zoveel mensen in fake nieuws geloven. Er wordt gewoon niet geluisterd naar wat zij denken.

7xHaUXf.jpg

Om fake nieuws tegen te werken zullen nieuwe regels tot stand moeten komen. De overheid kan zich echter niet mengen in de journalistiek. Te strenge regels zouden namelijk de vrije meningsuiting kunnen ondermijnen. Daarom worden ‘gevestigde mediamerken meer dan ooit belangrijk als kwaliteitskeurmerk’. Grote nieuwsmerken moeten een betrouwbare bron van informatie blijven zodat ze kunnen opboksen tegen de onbetrouwbare fakenieuwswebsites. Dat blijkt eenvoudiger gezegd dan gedaan. In een wereld waarin alles aan onmenselijke snelheden gebeurt, worden vaak fouten of veronderstellingen gemaakt die niet correct blijken te zijn. Zo berichtte de VRT over de aanslag op de Berlijnse kerstmarkt. De dader zou vermoedelijk van Palestijnse afkomst geweest zijn, of van Afghaanse, of een andere afkomst. Op dat moment hadden zij beter gezwegen tot ze confirmatie hadden van de afkomst van de dader. Dat voorbeeld bewijst gewoon dat de focus van bepaalde nieuwsmedia bij de snelheid ligt. Meestal gaat dit om televisiekanalen. Zij kunnen dan hun fouten of veronderstellingen snel rechtzetten. Op papier of op een digitale pagina gaat dat moeilijker als het er zwart op wit staat. Kranten en online redacties zullen in de toekomst meer moeten wikken en wegen wat ze plaatsen. Het is hun taak om uit te maken wat feiten zijn en wat fake nieuws is. Misschien moeten er in Vlaanderen fact-checkers aangenomen worden zoals in Duitsland of de VS gedaan wordt. Een persoon die zich uitsluitend bezig houdt met nieuws controleren vooraleer het verspreid wordt door een vaste nieuwsbron.

Het is pas sinds de overwinning van Donald Trump dat fake nieuws zoveel aandacht krijgt. Het bestaat al jaren, misschien zelfs al eeuwen, maar nu wordt het zo fel verspreid via sociale media dat sommigen het onderscheid niet meer maken tussen wat echt is en wat vals blijkt te zijn. Veel mensen geloven fake nieuws omdat de traditionele nieuwsmedia en ook de politici niet luistert naar de mening van armere mensen. Zij zoeken dan een toevlucht naar nieuwsberichten die wel rekening houden met hen en blijven dan in een persoonlijke bubbel hangen op sociale media waardoor ze steeds hetzelfde soort fake nieuws consumeren. Gevestigde nieuwsmedia hebben de taak om zich te onderscheiden van andere kleinere spelers op de markt door correct betrouwbaar nieuws te verspreiden.

Literatuurlijst

Davies, J. (2016). ‘Storm of lies’: The state of fake news in Europe. Geraadpleegd op 27/12/2016 via http://digiday.com/publishers/storm-lies-state-fake-news-europe/

Deckmyn, D. (2016). Is de waarheid wel passé? Geraadpleegd op 27/12/2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20161116_02575777

Hazard Owen, L. (2016). Clamping down on viral fake news, Facebook partners with sites like Snopes and adds new user reporting. Geraadpleegd op 27/12/2016 via http://www.niemanlab.org/2016/12/clamping-down-on-viral-fake-news-facebook-partners-with-sites-like-snopes-and-adds-new-user-reporting/?utm_source=Daily+Lab+email+list&utm_campaign=d202ffee08-dailylabemail3&utm_medium=email&utm_term=0_d68264fd5e-d202ffee08-395922561

Jarvis, J. (2016). A Call for Cooperation Against Fake News. Geraadpleegd op 27/12/2016 via https://medium.com/whither-news/a-call-for-cooperation-against-fake-news-d7d94bb6e0d4#.b85j8bnp7

Kazakh TV Channel Famed for Fake News in Hot Water after Fake Interview. (2016). Geraadpleegd op 27/12/2016 via https://globalvoices.org/2016/12/20/kazakh-tv-channel-famed-for-fake-news-in-hot-water-after-fake-interview/

Los Angeles Times. (2016). ‘We’re called redneck, ignorant, racist. That’s not true’: Trump supporters explain why they voted for him. Geraadpleegd op 27/12/2016 via http://www.latimes.com/politics/la-na-pol-donald-trump-american-voices-20161113-story.html

Malik, K. (2016). All the Fake News That Was Fit to Print. Geraadpleegd op 27/12/2016 via http://www.nytimes.com/2016/12/04/opinion/all-the-fake-news-that-was-fit-to-print.html?_r=1

Sevastopulo, D. (2016). How Trump gave a voice to unheard America. Geraadpleegd op 27/12/2016 via https://www.ft.com/content/4ef103be-9bcf-11e6-b8c6-568a43813464

Afbeeldingen

Featured image – Snopes

Filmpje – The Alex Jones Channel

Grafiek – http://imgur.com/7xHaUXf 

 

Advertisements

Vlaamse pers geeft digitale wereld geen ruimte om te groeien

De manier waarop nieuws verspreid wordt, kende de afgelopen Jaren een bijzondere evolutie. Kranten worden steeds minder gelezen. De pers kan niet anders dan op de digitale trein te stappen. Doen ze dit niet, dan gaan ze ten onder aan de nieuwe, snellere maar vooral goedkopere manier om nieuws te lezen. De lezer is namelijk niet zozeer meer op zoek naar een vaste stek om zich te informeren over de laatste nieuwtjes uit eigen land of uit het buitenland. De lezer zoekt op het internet zijn informatie op verschillende websites met een zo laag mogelijk aantal kliks en het liefst van al op gratis nieuwswebsites. Wim De Preter werkt bij De Tijd en kwam op 8 december een gastlezing geven in Brussel over de economische aspecten van de journalistiek. Hij maakte ons iets duidelijk waar we nog niet bij stilgestaan hebben, dat journalistiek een economische machine is. Journalistiek mag dan wel een beroep zijn waar creativiteit en schrijfvaardigheid een belangrijke rol spelen, aan het eind van de dag moet iedereen zijn loon krijgen en moeten bedrijven opbrengsten kunnen maken.

Lezers betalen niet meer voor hun nieuws. Het aantal abonnementen op kranten daalt aanzienlijk waardoor kranten op zoek moeten gaan naar een nieuwe manier om geld te verdienen. Advertenties zijn natuurlijk altijd al de grootste inkomstenbron geweest en dat blijft zo, alleen de manier van adverteren is aan het veranderen. Advertenties in kranten brengen nog steeds het meeste geld op, maar door de grote daling van krantenverkopen daalt het totale inkomstenaantal van deze advertenties aanzienlijk. Daarom wordt nu ook geadverteerd op de nieuwswebsites. De laatste jaren is er een nieuwe vorm van adverteren opgedoken, Real Time Bidding (RTB). Iedereen heeft wel al eens last gehad van de vervelende melding dat een website ‘cookies’ gebruikt. Iedere websites die cookies gebruikt zamelt informatie in over bezoeker van de website. Dankzij de verzamelde data gaan gespecialiseerde reclamebedrijven reclame plaatsen op een website die jij bezoekt, met daarop gepersonaliseerde reclame voor jouw interesses (Yuan, Wang & Zao, 2013). Stel dat je bijna een nieuwe auto gaat kopen en dat je op Google enkele modellen bent gaan opzoeken. De kans is groot dat je reclame voor auto’s te zien krijgt op de eerst volgende website die je bezoekt die cookies gebruikt. De pers heeft er dus baat bij om hun lezers zo goed mogelijk te leren kennen en te weten te komen wat hun interesseert, zonder inbreuk te doen op hun privéleven (Goldfarb & Tucker, 2011).

Door de snelle opkomst van sociale media gaan lezers hun nieuws verzamelen via platformen zoals Facebook of Twitter. Geleidelijk aan ziet de media dit in en gaan ze daar ook op inspelen. Meer en meer gaat de Vlaamse pers zich focussen op sociale media om links naar artikels te verspreiden en de interactie met de lezer te verhogen. Na een tijdje begon de media te snappen dat ook een andere vorm van advertisement steeds vaker gebruikt wordt, namelijk adverteren op Facebook. Het bedrijf van Mark Zuckerberg heeft inmiddels 1,8 miljard gebruikers en dus heeft de website een grote invloed op de leesgewoontes van mensen. Het is belangrijk om te verstaan hoe advertisement in zijn werk gaat op Facebook. Adverteren werkt als een soort van veiling. Een bedrijf bepaalt hoeveel zij dagelijks willen spenderen aan advertenties op Facebook. Betaalt het bedrijf meer dan een ander, dan gaat het niet per se meer advertenties krijgen. Hoeveel advertenties een bedrijf krijgt op Facebook hangt af van verschillende factoren. Het doelpubliek speelt onder andere een grote rol. De website adespresso geeft een goed voorbeeld. Verkopers van yogamatten moeten niet enkel opboksen tegen concurrenten die ook yogamatten verkopen. Zij moeten ook opboksen tegen andere interesses van de yogafans waarvoor op hun beurt bedrijven zullen adverteren op Facebook. Een andere belangrijke factor is de kwaliteit van de advertentie dat een bedrijf maakt. Facebook zal een cijfer geven tussen 1 en 10 om de relevantie van de advertentie bij het doelpubliek te tonen. Door enkele aanpassingen te doen kan dat cijfer stijgen en op die manier meer lezers bereiken. De hoeveelheid kliks op een advertentie kan het cijfer ook doen veranderen. Als er veel op geklikt wordt zal het cijfer stijgen. Als veel lezers aangeven dat ze de advertentie niet willen zien, daalt het cijfer opnieuw en zullen opnieuw minder lezers bereikt worden. Het is dus belangrijk om een kwaliteitsvolle advertentie te maken dat interesse opwekt bij het publiek.

facebook-ads-split-test-1024x536

Wim De Preter stelde in zijn lezing enkele oplossingen voor die nieuwsmedia kunnen gebruiken om hun opbrengsten opnieuw te doen stijgen. Zo zouden adverteerders op een nieuwswebsite zelf artikels en video’s kunnen maken. Met deze vorm van native advertising moet echter duidelijk gemaakt worden dat het om een advertentie gaat en dat wordt niet altijd gedaan. Soms is de nuance tussen gewoon nieuwsartikel en advertisement zeer dun. Als een redacteur een artikel schrijft over zonnebrillen en daarbij schrijft dat er nog slechts 10 te koop zijn op de website van de producent, geldt dat dan als een advertentie?

Andere oplossingen zijn vormen van externe inkomsten die niets met journalistiek te maken hebben. Zo heeft Knack bijvoorbeeld een cruise georganiseerd en werkte Het Laatste Nieuws samen met Studio 100 om een Plopsa geschenkdoos weg te geven (De Preter). De Persgroep gaat binnenkort verhuizen naar Antwerpen. Op dit moment bevindt de uitgever van onder meer HLN, De Tijd en De Morgen zich in Asse bij Brussel. Tegen 2019 zouden de redacties verhuizen naar Kievit vlakbij Antwerpen-Centraal. Op het gelijkvloers van het gebouw komt een café en een krantenkiosk met koffiebar (Het Nieuwsblad). Dat is voor De Persgroep een uitgelezen kans om wat extra inkomsten binnen te rijven.

Een derde mogelijkheid is aankloppen bij de overheid. Zij zouden eventueel innovatieve nieuwsmedia kunnen sponsoren. Dat zou de media motiveren om zich te focussen op nieuwe vormen van nieuwsverspreiding. Het is dan wel belangrijk om de invloed van de overheid te beperken. Zij zouden namelijk hun macht en geld kunnen gebruiken om invloed uit te oefenen op de media die zij subsidiëren. Zowel Europese landen als de Verenigde Staten denken na hoe de overheid kwaliteitsvolle nieuwsmerken kan belonen zonder al te veel invloed te krijgen in het journalistieke bestuur van de bedrijven. Het is de taak van de overheid om de sector ter hulp te schieten in moeilijke tijden. De journalistiek vrijwaart namelijk de vrije meningsuiting en zonder open discussie en correcte informatieverspreiding, wordt de publieke sfeer ondermijnd. Dat heeft zijn gevolgen op andere sectoren zoals de wetenschap of de politiek. Lezers moeten op een correcte manier blijven geïnformeerd worden. (Vree, 2012)

de-tijd-digitale-voorsprong

Door de digitalisering en bij gevolg de dalende verkoop van kranten, verliezen veel redacties en uitgeverijen een groot deel van hun inkomsten. De media moeten inspelen op de nieuwe vormen van berichtgeven en van adverteren. Doen ze dat niet dan gaan ze ten onder aan het verouderde model waar ze zo steevast aan blijven vastklampen. Vanaf 2018 zal De Tijd meer digitale kranten verkopen dan de klassieke papieren variant. De andere Vlaamse kranten hinken echter zwaar achterop op innovatief vlak. Zij zullen geleidelijk aan ook de overgang moeten maken naar de digitale wereld, anders zullen zij in de toekomst allicht financiële problemen ondervinden.

Literatuurlijst

De Persgroep verhuist midden 2019 naar Kievitplein in Antwerpen. (2016). Geraadpleegd op 28/12/2016 via http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161219_02634848

De Preter, W. (2016) Digitalisering en journalistiek (presentatie). KU Leuven Campus Brussel, Brussel

Goldfarb, A., & Tucker, C. E. (2011). Privacy regulation and online advertising. Management science57(1), 57-71.

Gotter, A. (2016). The Complete Resource to Understanding Facebook Ads Cost – 2016 Q3 Results!. Geraadpleegd op 27/12/2016 via https://adespresso.com/academy/blog/facebook-ads-cost/

Roerdink, R. (2013). Verdienmodellen voor de journalistiek. Universiteit van Amsterdam, Amsterdam.

Vree, F. V. (2012). Overheid, media en openbaarheid. Jaarverslag Mediafonds2011(suppl.), 27-37.

Yuan, S., Wang, J., & Zhao, X. (2013, August). Real-time bidding for online advertising: measurement and analysis. In Proceedings of the Seventh International Workshop on Data Mining for Online Advertising (p. 3). ACM.

Afbeeldingen 

Featured image – All in one sollutionz

Afbeelding Facebook ads – Adspresso

Grafiek Vlaamse Pers – De Preter, W. (2016) Digitalisering en journalistiek (presentatie). KU Leuven Campus Brussel, Brussel

 

 

Dankzij sociale media werd Egypte bevrijd van de tirannie

Op het internet kunnen mensen hun mening laten horen aan duizenden, soms zelfs miljoenen mensen over de hele wereld. De gewone burger krijgt zo een rechtstreekse stem in de leiding van een land. Het klassieke politiek model laat mensen tijdens verkiezingen hun stem uitbrengen voor een partij of presidentskandidaat waarmee hun standpunten het meest overeen komen. Daarna wordt het land geleid door de vertegenwoordigers van het volk. Jarenlang kreeg de gewone burger het gevoel dat hij mee bepaalde wat er in zijn land gebeurde. In de Westerse wereld wordt relatief rekening gehouden met het volk, maar er zijn nog steeds landen waar de bevolking geen of weinig inspraak heeft in het dagelijkse bestuur. Noord-Koreanen worden verplicht om hun president Kim Jong-un te vereren als een soort God. Arabische landen in het Noorden van Afrika kennen eveneens dergelijke vormen van dictaturen. In 2010 begon de Arabische lente, revoluties en opstanden braken zoals in Egypte waar president Hosni Moebarak afgezet werd. Het volk kreeg genoeg van het dictatoriale beleid van hun president en namen hun recht in eigen handen. Dit had nooit kunnen gebeuren zonder de digitale revolutie.

Op 18 december 2010 begon de Arabische lente. Duizenden mensen uit Arabische landen zoals Egypte, Libië of Tunesië trokken de straat op om te protesteren tegen het bewind van de regeringsleiders. De inwoners pikten hun onderdrukking niet meer. In Marokko, Algerije, Jordanië ontstonden protesten, in Egypte, Libië, Tunesië en Jemen ontstond een revolutie en in Syrië begon toen een burgeroorlog die nu nog aan de gang is. De grootschalige rellen begonnen toen een Tunesische verkoper, Mohammed Bouazizi, zichzelf in brand stak uit protest, omdat zijn handelswaren in beslag genomen werden en omdat hij vernderd werd door een politieagente. Hij wou een boodschap overbrengen naar de wereld. Na zijn dood ontstond een revolutie in Tunesië. De protesten verspreidden zich verder naar de buurlanden. In Egypte trad president Moebarak af in februari 2011 en gaf hij de leiding van het land over aan het Egyptische leger. Later in 2013 werd ook de regering van president Morsi ten val gebracht. Protestacties waren toen nog groter dan tegen Moebarak. Op 3 juli 2013 vond in Egypte een staatsgreep plaats en werd president Morsi gevangengenomen en vervangen door een interim-president.

700px-arab_spring_map_reframed_updated-svg

Nieuwe media hebben een grote rol gespeeld in de Arabische lente. Sociale media waren belangrijk om zijn mening en standpunten te kunnen verkondigen. Niet alleen bij de bevolking, maar ook bij de regering. Zonder de nieuwe mediavormen had het verhaal van Mohammed Bouazizi nooit zoveel aandacht gekregen. Via blogs, Facebook, Twitter en YouTube werden de beelden van zijn brandend lichaam verspreid. Ali Bouazizi, een verre neef van Mohammed, kwam net op tijd aan op het plein om zijn neef te filmen met zijn smartphone. Kort nadien verspreidde hij via de media zijn beeldmateriaal. Hij wou ervoor zorgen dat zijn neefs overlijden niet voor niets was gebeurd. “Images are like weapons, they can help topple a regime.” (Lim, 2013)

“Images are like weapons, they can topple a regime.” – Ali Bouazizi

In Egypte deed een soortgelijk verhaal zich voor. Khaled Saïd was een Egyptische zakenman die in het openbaar doodgeslagen werd door de politie. Het gewelddadige optreden van de politie werd met een smartphone opgenomen en verspreid via sociale media. Op Facebook werd een pagina opgericht genaamd “We are Khaled Saïd”. De 350.000 volgers van de pagina werden uitgenodigd om overal in Egypte te protesteren tegen de regering van Moebarak. (Radsch, 2016)

Voor er Facebook was, was de blogosfeer de manier bij uitstek om kritiek te uiten op de regering. Het grote pluspunt van blogs, is dat je een pseudoniem kan aanmaken en daarmee je mening kan uiten zonder gevolgen te moeten ondervinden op je privéleven. Op Facebook kan je niet anders dan je naam te gebruiken. De vrijemeningsuiting werd daardoor oorspronkelijk ingeperkt omdat niet iedereen openlijk zijn mening durfde uiten. De meesten zorgden ervoor dat hun Facebookprofiel enkel te zien was voor vrienden. In maart 2009 werd een Arabische versie van Facebook gelanceerd en in 2010 waren er zelfs 2.4 miljoen gebruikers in Egypte. Daarmee werd het de tweede meest bezochte website van het jaar 2010, na Google. Facebook werd geleidelijk aan de tool bij uitstek om zijn mening te verkondigen in Egypte. (Radsch, 2016)

Innoverende media zorgen voor participatie

Dankzij het internet worden burgers van ondemocratische staten in contact gebracht met de Westerse democratische waarden. Ze krijgen zo te zien hoe misvormd hun samenleving is in vergelijking met Westerse landen. Daarnaast zorgt internet voor een enorme vooruitgang in de participatie van het volk in het bestuur van het land. Sociaal kapitaal wordt omgeschreven als de hulpmiddelen, zoals netwerken, normen en vertrouwen, die in een gemeenschap aanwezig zijn om zo de coöperatie en coördinatie op een wederzijdse manier ondersteunen (Putnam, geciteerd in Chadwick, 2006, p. 87). Sociale media en blogs zijn dus zo’n hulpmiddel waarmee burgers op een betere manier kunnen samenwerken met hun politieke leiders. Anderzijds kunnen politici hun boodschap sneller en op een duidelijkere manier verspreiden.

Politieke veranderingen gebeuren hoe dan ook zeer traag, zelfs met de grotere participatie via sociale media. Volgens Bennet (2012, p.36) zullen bedrijven en de elite meer verantwoordelijkheid tonen voor de negatieve gevolgen tegenover de burgers, maar grote veranderingen blijven eerder een ideaal en zullen in realiteit niet plaatsvinden. Bennet heeft het hier over Westerse democratieën en geeft voorbeelden van Obama’s regering die getracht heeft om veranderingen uit te voeren, maar dat de economie daar niet noodzakelijk beter door geworden is. Toch hebben er in Egypte gigantische veranderingen plaatsgevonden, dankzij een verbetering van het sociaal kapitaal. De toestand was er gewoon zo erg dat het daar tot een revolutie kwam.

Nood aan sociale media

Het is belangrijk om eerst te verstaan wat het politieke landschap is van een land, voor je kan zien hoe sociale media kan helpen. Burgers die in een vrij land wonen hebben zonder problemen toegang tot het internet, hoewel ze dat niet noodzakelijk nodig hebben om te protesteren tegen hun lokale politiek. Omdat hun politieke toestand relatief rustig verloopt, zullen burgers niet bepaald geïnteresseerd zijn in politiek en gaan ze sociale media vaker gebruiken als een vorm van entertainment. Anderzijds hebben onderdrukte landen minder toegang tot het internet, terwijl ze dat nodig hebben om zich te mobiliseren tegen hun regering. Zij hebben sociale media nodig om hun politiek ongenoegen uit te drukken. Dit paradox heet “the principle of cumulative inequality” (Gamson & Wolfsfeld, geciteerd in Wolfsfeld, Segev & Sheafer, 2013, p.119). Nieuwe media worden in onderdrukte landen dus gebruikt als een tool om mensen op te roepen om te protesteren. Wolfsfeld, Segev en Sheafer (2013) gebruiken een interessante metafoor om dit aan te tonen, namelijk de impact van wind op een oplaaiend vuurtje. De hoeveelheid wind kan een impact spelen op de richting en de grootte van het vuur. Op een gelijkaardige manier gaan sociale media de teneur bepalen van het politieke protest in landen waar er woede en geweld heerst.

facebook-twitter-egypte

Tools zoals Facebook of Twitter worden niet alleen gebruikt om protesten uit te lokken, maar worden vooral ook gebruikt om zich te informeren over de politieke toestand van het land. Wolfsfeld, Segev en Sheafer (2013) hebben het aantal mensen onderzocht in de Arabische landen met een account op Facebook. Tijdens de protesten was er eigenlijk een daling in het aantal accounts op Facebook. Er werd echter geen rekening gehouden met de landen Egypte, Iran, Libië en Syrië. In deze landen werd namelijk de toegang tot het internet geblokkeerd tijdens de Arabische lente. De resultaten van het onderzoek zouden dus kunnen zorgen voor een vertekend beeld. Gelukkig hebben Wolfsfeld, Segev en Sheafer nog een tweede onderzoek gedaan. Ze zijn de evolutie van de zoekopdracht ‘Facebook’ gaan opzoeken in Google. Uit hun analyse blijkt dat veel mensen kort na het begin van de Egyptische evolutie ‘Facebook’ opzochten op Google. De Egyptische inwoners konden dus misschien zelf geen account aanmaken, toch waren ze actief op zoek naar een manier om zich te informeren hoe ze mee konden protesteren en hun land redden.

Zonder sociale media en andere technologische innovaties zou de Egyptische evolutie nooit gebeurd zijn. Dankzij Facebook, Twitter en blogs werd het eindelijk mogelijk om zijn eigen mening te uiten. Door de snelle verspreiding van informatie konden protestacties snel op poten gezet worden en gecoördineerd worden op verschillende plaatsen in Egypte, maar ook in Tunesië en Libië. Ook al hielden regeringsleiders een censuurdictatuur, sociale media zorgden voor een revolutie in de Arabische wereld. Het maakte een einde aan de dictaturen en  zorgde voor de intrede van een echte democratie.

————————————————————————–

Referentielijst

Bennett, W. L. (2012). The personalization of politics political identity, social media, and changing patterns of participation. The ANNALS of the American Academy of Political and Social Science644(1), 20-39.

Chadwick, A. (2006). Internet politics: States, citizens and new communication technologies. New York, NY: Oxford University Press.

Lim, M. (2013). Framing Bouazizi:‘White lies’, hybrid network, and collective/connective action in the 2010–11 Tunisian uprising. Journalism14(7), 921-941.

Radsch, C. C. (2016). Cyberactivism and Citizen Journalism in Egypt: Digital Dissidence and Political Change. Springer.

Wolfsfeld, G., Segev, E., & Sheafer, T. (2013). Social media and the Arab spring politics comes first. The International Journal of Press/Politics18(2), 115-137.

Andere

Kaart – democratiseringsm

Cartoon – Happynews

YouTube filmpje Tahrirplein – Al Jazeera English YouTube Channel

Featured image: Tahrirplein – Volkskrant